De fases van Tuckman helpen jou bij een moeilijke groep

In de vorige blog heb ik het gehad over het herkennen van een moeilijke groep en wat je kunt doen om de negatieve groepsdynamiek te doorbreken. In deze blog wil ik dieper ingaan op de fases van de groep, gebaseerd op de theorie van Tuckman. Misschien heb je hier al eens van gehoord, maar het is goed om te weten hoe je deze fases kunt herkennen en waarom het zo belangrijk is om ze te begrijpen. Het kan namelijk het verschil maken in hoe jij je moeilijke groep kunt sturen en de dynamiek positief kunt beïnvloeden.
Wat zijn de fases van Tuckman?
De theorie van Tuckman is een model dat de ontwikkeling van
groepen beschrijft. Tuckman benoemt vier belangrijke fases die een groep
doorloopt: de vormfase, stormfase, normfase en uitvoerfase. In sommige gevallen
wordt er een vijfde fase aan toegevoegd, de afscheidsfase. Elke fase heeft zijn
eigen kenmerken en uitdagingen, en als je weet in welke fase jouw groep zich
bevindt, kun je beter inspelen op de dynamiek.
Fase 1: De Vormfase – De groep komt bij elkaar
De eerste fase van Tuckman is de vormfase. Dit is het
moment waarop de groep voor het eerst samenkomt. Dit kan bijvoorbeeld het begin
van het schooljaar zijn met een nieuwe leerkracht, of in het voortgezet
onderwijs als leerlingen voor het eerst in een nieuwe samenstelling bij elkaar
zitten. In deze fase is het belangrijk dat jij als leerkracht sterk aanwezig
bent. De groep is op zoek naar houvast en zal proberen uit te vinden wat wel en
niet acceptabel is.
Ze zullen onbewust de ruimte "testen", zowel de ruimte die jij als leerkracht biedt, als de ruimte die ze onderling met elkaar hebben. Wat zijn jouw normen en waarden? Wat verwacht je van de leerlingen? Dit zijn vragen die in de vormfase centraal staan. Het is belangrijk om duidelijke afspraken te maken en structuur aan te bieden, zodat de groep weet waar ze aan toe zijn.
Fase 2: De Stormfase – Het kan gaan stormen
De tweede fase van Tuckman is de stormfase. Zoals de
naam al doet vermoeden, kan het behoorlijk onstuimig worden in deze fase. Dit
is het moment waarop leerlingen elkaar beter leren kennen, en waar conflicten
of misverstanden vaak aan de oppervlakte komen. Ze ontdekken niet alleen
elkaars gedrag, maar ook onderliggende motieven en persoonlijke voorkeuren.
In deze fase kunnen leerlingen gaan strijden om hun positie in de groep. Dit kan leiden tot spanningen, subgroepen of zelfs negatieve groepsnormen. Wat essentieel is in deze fase, is dat jij als leerkracht de groep begeleidt en grenzen stelt. Het is belangrijk dat je helder maakt wat wel en niet acceptabel is, zodat de groep niet in een vicieuze cirkel van conflicten terechtkomt.
Fase 3: De Normfase – De groepsnormen worden vastgesteld
Na de stormfase komt de normfase. In deze fase heeft
de groep vaak duidelijk wie de leiders zijn. Deze leiders bepalen in zekere zin
wat er wel en niet geaccepteerd wordt in de groep. Het gedrag van de leerlingen
is nu meer op elkaar afgestemd en de groep begint zich te conformeren aan
bepaalde ongeschreven regels.
Wat hier belangrijk is, is dat jij als leerkracht nog steeds invloed hebt. Dit is het moment om jouw verwachtingen en grenzen nog duidelijker te maken. Als leerkracht kun je de norm die jij belangrijk vindt vormgeven, maar het is ook belangrijk om scherp te hebben wat je absoluut niet wilt zien. Regels zijn geen onderhandelingspunt; het is essentieel dat iedereen in de groep begrijpt welke gedragingen wel en niet acceptabel zijn.
Fase 4: De Uitvoerfase – De groep werkt samen aan
doelstellingen
De uitvoerfase is de fase waarin de groep zich heeft
gevormd en goed samenwerkt. Doelen worden behaald, rollen zijn duidelijk, en de
groepsdynamiek is relatief stabiel. In deze fase kunnen leerlingen zich goed
concentreren op het werk en de samenwerking, omdat de fundering is gelegd. Er
is vertrouwen, en de groep kan gezamenlijk aan de slag.
Fase 5: De Afscheidsfase – Het einde van de groep
De laatste fase is de afscheidsfase. Dit is het
moment waarop de groep afscheid van elkaar neemt. Dit kan bijvoorbeeld aan het
einde van het schooljaar zijn, of wanneer leerlingen na een bepaalde tijd niet
meer met elkaar werken. Soms kan deze fase gepaard gaan met een gevoel van
verlies, maar het kan ook leiden tot een hechtere band tussen de groepsleden,
vooral als er activiteiten zijn die de groep versterken, zoals een kamp,
musical of stuntdag.
Negatieve groepsnormen – Waarom blijft de groep
'stormen'?
Wat ik vaak hoor van leerkrachten is dat de groep maar
blijft stormen, maar soms ligt de oorzaak in het feit dat de groep in de normfase
zit, maar een negatieve norm heeft aangenomen. Dit betekent dat de
groepsdynamiek niet matcht met wat jij als leerkracht verwacht. De groep heeft
dan onbewust negatieve normen gecreëerd, zoals veel roddelen of een gebrek aan
respect. Het kan soms lijken alsof de groep nog steeds in de stormfase zit,
terwijl ze in werkelijkheid al verder gevorderd zijn, maar met een negatieve
groepsnorm.
Kun jij de fase herkennen?
Door te begrijpen in welke fase je groep zich bevindt, kun
je jouw aanpak beter afstemmen. Herken je bijvoorbeeld dat er steeds conflicten
ontstaan, dan weet je dat je in de stormfase zit en dat het belangrijk is om
grenzen te stellen en structuur aan te bieden. Merk je dat de groep zich
terugtrekt of weinig motivatie toont, dan kan het zijn dat ze in de normfase
zitten en je invloed kunt gaan uitoefenen door de groepsnormen bij te sturen.
In de volgende blog ga ik verder in op de negatieve normen die zich in een groep kunnen ontwikkelen. Welke normen zie ik vaak als groepsdynamisch adviseur, en hoe kun je deze ombuigen naar positieve gedragingen?
Blijf vooral volgen!
