Kijken naar een groep: waar let je eigenlijk op?
Een groep observeren klinkt eenvoudig. Je gaat in een klas zitten en kijkt wat er gebeurt. Maar zodra je echt probeert te begrijpen wat er in een groep speelt, wordt het een stuk ingewikkelder. Want waar kijk je dan naar? Naar het kind dat het meeste praat? Naar degene die steeds de les verstoort? Of juist naar de kinderen die nauwelijks iets zeggen?
Bij het kijken naar groepsdynamiek probeer ik daarom verder te kijken dan het zichtbare gedrag van één kind. Ik kijk vooral naar de interactie tussen kinderen. Wie heeft invloed op anderen? Wie neemt veel ruimte in en wie geeft juist ruimte? Wie neemt het initiatief, wie wordt gevolgd en naar wie kijken anderen wanneer er iets gebeurt? Dat zijn allemaal kleine signalen die iets kunnen vertellen over de verhoudingen binnen een groep.
Wie heeft invloed?
Binnen iedere groep zijn er kinderen die meer invloed hebben dan anderen. Dat betekent niet automatisch dat dit het kind is dat het meest aanwezig is of het hardst praat. Invloed kan ook zitten in uitstraling, zelfvertrouwen, kennis of vaardigheden, bekendheid binnen de groep of de behoefte aan status en erkenning. Remmerswaal beschrijft verschillende kenmerken die kunnen bijdragen aan het ontstaan van leiderschap binnen een groep.
Tijdens een observatie kun je daarom bijvoorbeeld letten op wie het initiatief neemt. Wie begint met praten? Wie doet voorstellen? Wie verdeelt taken?
En misschien nog belangrijker: wat gebeurt er vervolgens met het voorstel van dat kind? Gaat de groep mee? Verandert de richting van een gesprek na een opmerking? Wachten anderen op de mening van deze leerling?
Ook correcties kunnen veel vertellen. Wanneer een kind een ander corrigeert en daar nauwelijks weerstand op komt, kan dat een aanwijzing zijn voor invloed. Hetzelfde geldt voor de vraag naar wie andere kinderen kijken tijdens een grap, discussie of onverwachte gebeurtenis.
Invloed is overigens niet alleen verbaal zichtbaar. Ook de positie van kinderen in de ruimte kan iets zeggen. Staat iemand vaak centraal? Bewegen anderen zich automatisch naar deze leerling toe? Neemt iemand letterlijk veel ruimte in? Of zien we juist kinderen die voortdurend ruimte maken voor anderen?
In de 3D-sociogramanalyse (Dokman,2019) die ik gebruik, kijken we daarom onder andere naar ruimte nemend en ruimte gevend gedrag. Dat geeft een ander beeld dan alleen kijken naar wie populair is of wie goed met wie kan opschieten.
Van losse gedragingen naar patronen
Eén observatie zegt meestal niet zoveel. Het wordt interessanter wanneer je meerdere signalen naast elkaar legt.
Stel dat een leerling tijdens een groepsopdracht veel praat. Dat hoeft op zichzelf niets te betekenen. Maar wanneer je vervolgens ziet dat andere kinderen naar deze leerling kijken voordat ze iets zeggen, voorstellen van deze leerling snel worden overgenomen en anderen weinig weerstand bieden wanneer deze leerling hen corrigeert, ontstaat er een ander beeld.
Dan kijk je niet meer alleen naar gedrag van één leerling, maar naar de invloed die dat gedrag heeft op de rest van de groep.
Daarom begin ik bij het analyseren van een groep vaak met een aantal eenvoudige vragen:
-Wat roept deze klas bij je op?
- Welk concreet gedrag zie je?
- Welke subgroepen zijn zichtbaar?
- Is er een subgroep die duidelijk invloed heeft op de rest van de klas?
- Welke norm lijkt in deze groep het meest bepalend te zijn?
- En is er binnen een invloedrijke subgroep iemand die deze norm sterk uitdraagt?
Die laatste twee vragen vind ik misschien wel het meest interessant.
Want als je alleen kijkt naar wat een kind doet, zie je gedrag. Wanneer je gaat kijken naar wat dat gedrag bij anderen oproept en welke reactie daarop volgt, krijg je zicht op de groepsdynamiek.
De groep bekijken zonder er zelf in te zitten
En daar zit meteen een lastigheid. Een leerkracht is namelijk geen buitenstaander. Je maakt zelf onderdeel uit van de groep en hebt invloed op wat er gebeurt. Je reacties, verwachtingen en manier van handelen zijn onderdeel van de dynamiek.
Dat maakt het soms lastig om met enige afstand naar een groep te kijken.
Een kind dat steeds door de les heen praat, kan bijvoorbeeld al snel worden gezien als de leerling die "het probleem veroorzaakt". Maar wat gebeurt er als dat kind iets zegt? Wie lacht er? Wie doet mee? Wie kijkt naar wie? Wie neemt het gedrag over? En wat doet de rest van de groep wanneer de leerkracht ingrijpt?
Dat zijn vaak de momenten waarop de dynamiek zichtbaar wordt.
Goed kijken naar een groep betekent voor mij daarom niet dat je probeert zo veel mogelijk gedrag te verzamelen. Het betekent dat je probeert te begrijpen wat er tussen mensen gebeurt.
- Wie beïnvloedt wie?
- Welke patronen zien we steeds terug?
- En welke norm lijkt de groep op dat moment te sturen?
Pas wanneer je dat in beeld hebt, kun je je afvragen wat een groep nodig heeft om zich in een andere richting te ontwikkelen.
